Begijnhof
Het Begijnhof is tegenwoordig een oase van rust bij de drukke Kalverstraat; direcht achter het Amsterdam Museum.
Rond het jaar 1150 besloot een groep vrome vrouwen zich aaneen te sluiten tot een religieuze gemeenschap, met als voornaamste doel het verzorgen van zieken en het geven van onderwijs. Dit waren de eerste ‘begijnen’, hoewel deze naam toen nog niet werd gebruikt. De vrouwen waren geen nonnen en leefden ook niet hun hele leven lang in de afzondering van een klooster. Ze kenden geen stichters en legden geen levenslange geloften af. Ze moesten wel ongehuwd zijn. Ze konden op elk gewenst moment hun geloften herroepen en het Begijnhof verlaten, bijvoorbeeld om te trouwen. Het Begijnhof bestond uit kleine huizen en een kerk, rondom een binnenplaats die 's avonds werd afgesloten. Tijdens de Reformatie moesten de begijnen hun kerk afstaan aan de Engelsen. Sindsdien wordt die de ‘Engelse Kerk’ genoemd. In de loop der tijd werden de middeleeuwse huizen herbouwd of vervangen, maar van het huis op nummer 34 is de houten voorgevel behouden gebleven. Het huis dateert van de tweede helft van de 15e eeuw en werd in 1957 gereconstrueerd met gebruik van de originele materialen. U kunt deze bijzondere plek in Amsterdam bezoeken en een korte wandeling maken in het hofje, de ingang bevindt zich aan het Spui.
Gratis wegwijzer HETRONDJEOUDESTAD leidt u via een stadswandeling langs interessante bezienswaardigheden in het oude centrum van Amsterdam.

De Begijnensteeg met de ingang van het Begijnhof, tweede helft 18e eeuw, door Rienk Jelgerhuis (1729-1806)
|